Honderd kleine momenten van instemming
Hoe een morele grens niet in één klap verschuift, maar in stilte.
Ik zit aan een vergadertafel. Nieuwe directeur, eerste maanden in functie. Hij praat met de zelfverzekerdheid van iemand die weet dat zijn woorden gewicht hebben, en hij vertelt ons wat zijn visie is. Klantgerichtheid. Korte lijnen. Meer bij de klant op bezoek. We moeten elkaar meer aanspreken.
Ik kijk de tafel rond en zie collega-managers instemmend knikken. Een paar maken aantekeningen. Niemand zegt iets.
Ik zit te denken: dit is wat we al jaren doen. Sterker nog, dit zijn precies de punten waarvan we weten dat ze wringen met wat de hoofddirectie van ons vraagt. We hebben er hele middagen over vergaderd, met flipovers en post-its, en het ligt complexer dan deze zinnen suggereren. Maar er klinkt geen tegenspraak. Er klinkt instemming. Misschien zelfs opluchting, eindelijk iemand die het simpel maakt.
En ik merk hoe ook ik mijn mond houd.
Wat me die middag is bijgebleven, is niet wat de directeur zei. Wat me is bijgebleven, is hoe gemakkelijk wij ons lieten meenemen door de combinatie van zijn positie en zijn overtuiging. Het ging niet om de inhoud. Het ging om wie het zei en hoe stellig hij klonk. En dat is een mechanisme dat me sindsdien niet meer loslaat. Ik zie het in vergaderzalen, ik zie het op LinkedIn, ik zie het in de politiek. Een gezaghebbende stem zegt iets met overtuiging, en de meesten van ons knikken. Niet omdat we het hebben overwogen, maar omdat de bron het zegt.
We hebben onze waarneming uitbesteed aan twee kortsluitingen: positie en zelfvertrouwen. Wie hoog genoeg staat en zelfverzekerd genoeg klinkt, krijgt instemming. Ook als wat hij zegt niet klopt, ook als het haaks staat op wat we zelf weten. We doen het allemaal, en het is geen karakterfout. We zijn als soort gebouwd om naar autoriteit te luisteren, om bij de groep te horen, om risico's voor onze positie te vermijden. Maar het heeft een prijs.
Mensen verliezen hun morele kompas niet door één groot moment van lafheid. Ze raken het kwijt in honderd kleine momenten van instemming.
Het lastige imago
Want de keerzijde van dit mechanisme is dat we een cultuur bouwen waarin de mensen die wél hun mond opendoen, een “lastig imago” krijgen. Ze passen niet zo lekker. Ze maken vergaderingen langer. Ze komen met bezwaren als de rest al richting consensus beweegt. En dan komt er een reorganisatie.
Ik heb in die kamers gezeten. Aan tafels waar werd besloten wie er moesten gaan. Wat me toen al verbaasde, is hoe vaak die keuzes op gevoel werden gemaakt, op imago, op de indruk die iemand achterliet. Logisch ook, je kunt mensen niet alleen op een spreadsheet beoordelen. Maar bij dat gevoel zaten te vaak juist de mensen die hun mond hadden opengedaan toen het ertoe deed. Goede mensen. Mensen die zagen wat anderen niet wilden zien. Mensen die hun kompas hadden gevolgd, en daarmee hun positie hadden ondermijnd.
Niemand zei dat hardop. Op die lijstjes stond niet “deze mensen denken te kritisch”. Er stonden andere woorden voor. Is niet zo goed in samenwerken. Past niet helemaal in de cultuur. Onvoldoende draagvlak. Past minder bij de richting die we opgaan. Maar het kwam erop neer dat de organisatie het kompas afstrafte dat ze in haar mission statement zei te willen.
Wat dit me heeft geleerd, is iets oncomfortabels. Mensen verliezen hun morele kompas niet door één groot moment van lafheid. Ze raken het kwijt in honderd kleine momenten van instemming. Een keer knikken bij iets waar ze 60% achter staan. Daarna went het. De volgende keer is 50% al genoeg. Op een dag zit je aan tafel en weet je niet meer goed waar jouw stem stopt en die van de organisatie begint. Niet omdat je laf bent. Omdat de prijs van tegenspraak hoger werd dan de prijs van meegaan.
Ik schrijf dit niet als verwijt aan de managers met wie ik aan tafel zat. Ik zat er zelf bij. Ik heb zelf geknikt. De vraag die me bezighoudt is een andere: hoe vaak vraag jij jezelf nog af wat je er eigenlijk zelf van vindt? Wanneer heb jij voor het laatst ingestemd met iets omdat de juiste persoon het zei, niet omdat je het er werkelijk mee eens was? Wie in jouw team heeft een “lastig imago”, en wat zegt dat eigenlijk over wat die persoon ziet dat de rest niet meer wil zien?
Een kompas raakt niet kwijt. Het wordt alleen niet meer geraadpleegd. Het terugvinden begint met opmerken. Bij anderen, en vooral bij jezelf.
Nieky Klijn · Perspectief